Wat is een ICSI-behandeling?
ICSI staat voor intracytoplasmatische sperma-injectie. Het is een vorm van reageerbuisbevruchting waarbij een enkele zaadcel direct in de eicel wordt geïnjecteerd met behulp van een heel dunne naald. Dit gebeurt onder een krachtige microscoop in het laboratorium door een gespecialiseerde embryoloog.
Deze techniek is ontwikkeld voor situaties waarin standaard IVF niet voldoende kans op succes biedt. Bij reguliere IVF worden eicellen en zaadcellen samen in een schaaltje geplaatst en moet de zaadcel zelfstandig de eicel binnendringen. Bij ICSI neemt de embryoloog dit proces letterlijk over door de zaadcel rechtstreeks in de eicel te brengen.
ICSI is inmiddels een veelgebruikte techniek. In Nederland wordt ICSI zelfs vaker uitgevoerd dan standaard IVF. Dat komt doordat het bevruchtingspercentage bij ICSI vaak hoger ligt, vooral in situaties waarin de zaadkwaliteit een rol speelt. Maar ook bij andere indicaties kan ICSI de voorkeur krijgen.
Het verschil tussen IVF en ICSI

Het grootste verschil tussen IVF en ICSI zit in de manier waarop de bevruchting plaatsvindt. Bij alle andere stappen zijn de behandelingen nagenoeg identiek. Zowel bij IVF als ICSI doorloop je de hormoonbehandeling, de eicelpunctie, de embryokweek en de terugplaatsing. Lees hierover meer in ons uitgebreide artikel over de IVF-behandeling stap voor stap.
Bij standaard IVF worden de eicellen samen met een grote hoeveelheid zaadcellen in een schaaltje geplaatst. De zaadcellen moeten zelf actief naar de eicel zwemmen en deze binnendringen. Dit proces bootst in feite de natuurlijke bevruchting na, maar dan buiten het lichaam.
Bij ICSI selecteert de embryoloog onder de microscoop een enkele zaadcel van goede kwaliteit. Deze zaadcel wordt met een micropipet (een ongelofelijk dunne glazen naald) direct in het cytoplasma van de eicel gebracht. Hierdoor is het niet nodig dat de zaadcel zelf de eicelwand kan doordringen.
De belangrijkste verschillen op een rij:
- Bevruchting: bij IVF vindt bevruchting spontaan plaats, bij ICSI wordt de zaadcel direct in de eicel geïnjecteerd
- Zaadcellen nodig: bij IVF zijn er duizenden zaadcellen nodig, bij ICSI volstaat er in principe een per eicel
- Indicatie: IVF wordt vaker ingezet bij vrouwelijke oorzaken, ICSI vaker bij mannelijke vruchtbaarheidsproblemen
- Bevruchtingspercentage: bij ICSI is dit vaak iets hoger (rond de 70-80%) dan bij standaard IVF (rond de 60-70%)
- Kosten: ICSI is iets duurder vanwege het arbeidsintensieve laboratoriumwerk, maar de vergoeding is gelijk
Wanneer wordt ICSI aanbevolen?
De keuze tussen IVF en ICSI maakt de gynaecoloog op basis van jullie specifieke situatie. ICSI wordt doorgaans aanbevolen wanneer er een duidelijke aanleiding is waardoor standaard IVF minder kans op succes zou hebben.
De meest voorkomende redenen om voor ICSI te kiezen zijn:
- Verminderde zaadkwaliteit: te weinig zaadcellen, slechte beweeglijkheid of afwijkende vormen
- Eerdere IVF-poging waarbij geen of onvoldoende bevruchting optrad
- Zaadcellen verkregen via een chirurgische ingreep (MESA of TESE)
- Gebruik van ingevroren zaadcellen die na ontdooien verminderd van kwaliteit zijn
- Onverklaarde onvruchtbaarheid waarbij men maximale zekerheid wil over de bevruchting
- Zeer laag aantal beschikbare eicellen, waarbij je elke eicel de beste kans wilt geven
Als bij je partner verminderde zaadkwaliteit is vastgesteld, kan het helpen om ook naar leefstijlfactoren te kijken. Lees hierover meer in ons artikel over het verbeteren van de vruchtbaarheid bij de man.
Hoe verloopt de ICSI-procedure in het lab?

De ICSI-procedure in het laboratorium is fascinerend en uiterst precies werk. De embryoloog voert de injectie uit onder een speciale microscoop met micromanipulatoren. Dit zijn instrumenten waarmee extreem kleine bewegingen gemaakt kunnen worden, veel preciezer dan de menselijke hand alleen zou kunnen.
Eerst wordt de eicel voorbereid. De cellen rondom de eicel (cumuluscellen) worden voorzichtig verwijderd, zodat de embryoloog de eicel goed kan beoordelen. Alleen rijpe eicellen (MII-eicellen) komen in aanmerking voor ICSI. Onrijpe eicellen worden niet geïnjecteerd omdat de kans op succesvolle bevruchting dan te klein is.
Vervolgens selecteert de embryoloog een zaadcel. Hierbij wordt gelet op de vorm (morfologie) en de beweeglijkheid (motiliteit) van de zaadcel. De geselecteerde zaadcel wordt opgezogen in de micropipet. Met dezelfde naald wordt de zaadcel vervolgens voorzichtig in de eicel gebracht. De hele procedure duurt per eicel slechts enkele minuten.
Na de injectie worden de eicellen, net als bij IVF, in de couveuse geplaatst. De volgende dag wordt gecontroleerd of er bevruchting heeft plaatsgevonden. Vanaf dat moment is het vervolgtraject identiek aan dat van een IVF-behandeling: de embryo's worden gekweekt, beoordeeld en het beste embryo wordt teruggeplaatst.
Slagingskansen en risico's van ICSI
De slagingskansen van ICSI zijn vergelijkbaar met die van standaard IVF. Per behandelcyclus ligt de kans op een doorgaande zwangerschap gemiddeld rond de 25 tot 30 procent, afhankelijk van factoren zoals leeftijd, de kwaliteit van de eicellen en de algehele gezondheid.
Het bevruchtingspercentage bij ICSI is wel hoger dan bij standaard IVF. Dat betekent dat er na ICSI vaker embryo's beschikbaar zijn voor terugplaatsing. Echter, een hogere bevruchtingskans vertaalt zich niet automatisch in een hogere zwangerschapskans, omdat er veel meer factoren meespelen bij de innesteling van het embryo.
De risico's van ICSI zijn grotendeels dezelfde als bij IVF:
- Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) door de hormoonbehandeling
- Kans op meerlingzwangerschap (vooral als meerdere embryo's worden teruggeplaatst)
- Emotionele belasting en stress
- Zeer kleine kans op beschadiging van de eicel door de injectie (minder dan 5%)
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat kinderen geboren na ICSI net zo gezond zijn als kinderen die op natuurlijke wijze zijn verwekt. Er is veel langetermijnonderzoek gedaan en er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of ontwikkelingsproblemen.
Emotioneel en praktisch: wat kun je verwachten?
Of je nu IVF of ICSI ondergaat, het traject is emotioneel intensief. De onzekerheid, de hormoonschommelingen en het wachten op uitslagen kunnen zwaar zijn. Het is belangrijk dat je dit erkent en er ruimte voor maakt, zowel voor jezelf als in je relatie.
Veel stellen vinden het helpend om openlijk met elkaar te praten over hun gevoelens. De een verwerkt het anders dan de ander, en dat is oké. Sommige mensen zoeken steun bij een psycholoog die gespecialiseerd is in fertiliteitsproblematiek, en dat kan enorm waardevol zijn.
Praktisch gezien verschilt een ICSI-behandeling nauwelijks van een IVF-traject. De afspraken in het ziekenhuis, het injectieschema, de eicelpunctie en de terugplaatsing verlopen op dezelfde manier. Het enige verschil speelt zich af in het laboratorium en heeft geen gevolgen voor jou als patiënt.
Qua vergoeding geldt in Nederland dat zowel IVF als ICSI onder dezelfde regeling vallen. De eerste drie pogingen worden vergoed door de basisverzekering voor vrouwen tot 43 jaar. Er is geen verschil in eigen bijdrage tussen IVF en ICSI.
Conclusie
ICSI is een waardevolle aanvulling op standaard IVF, vooral wanneer de zaadkwaliteit een beperkende factor is. Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop de bevruchting tot stand komt: bij IVF gebeurt dit spontaan, bij ICSI brengt de embryoloog de zaadcel direct in de eicel. Voor jou als patiënt is het behandeltraject nagenoeg identiek.
Welke behandeling het beste bij jullie past, bepaal je samen met je gynaecoloog op basis van de onderzoeksuitslagen en jullie persoonlijke situatie. Beide technieken bieden goede kansen op een zwangerschap, en het is geruststellend om te weten dat er meerdere opties beschikbaar zijn.
Let op: dit artikel is informatief van aard en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd je verloskundige of gynaecoloog bij vragen of klachten.
Veelgestelde Vragen
Nee, voor jou als patiënt is er geen verschil. Het verschil speelt zich volledig af in het laboratorium. De hormoonbehandeling, eicelpunctie en terugplaatsing zijn identiek.
Niet per definitie. ICSI geeft een hoger bevruchtingspercentage, maar de uiteindelijke zwangerschapskans is vergelijkbaar. ICSI is vooral beter als er een mannelijke factor speelt of als eerdere IVF-pogingen niet tot bevruchting leidden.
Ja, uitgebreid wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kinderen geboren na ICSI net zo gezond zijn als kinderen die op natuurlijke wijze zijn verwekt. Er is geen verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.
In theorie is er slechts een zaadcel per eicel nodig. In de praktijk zijn er meer nodig om de beste te kunnen selecteren, maar ICSI is ook mogelijk bij zeer lage aantallen zaadcellen.