De ruggenprik (epiduraal): hoe werkt het?
Bevalling en geboorte

De ruggenprik (epiduraal): hoe werkt het?

Alles over de epidurale verdoving tijdens de bevalling

R
Redactie Zwanger & Blij
· 9 min leestijd

Wat is een ruggenprik precies?

De ruggenprik — officieel epidurale anesthesie of epidurale analgesie — is de meest effectieve vorm van pijnbestrijding tijdens de bevalling. Bij een ruggenprik wordt een dun slangetje (katheter) ingebracht in de epidurale ruimte in je onderrug, vlak bij de zenuwen die de pijnsignalen van je baarmoeder en bekken naar je hersenen sturen. Via dat slangetje wordt een verdovend middel toegediend dat deze signalen blokkeert, waardoor je de weeën niet of nauwelijks meer voelt.

In Nederland kiest ongeveer 20 tot 25 procent van de vrouwen voor een ruggenprik tijdens de bevalling. Dat percentage stijgt al jaren — steeds meer vrouwen kiezen bewust voor pijnbestrijding, en dat is helemaal oké. Er is geen medaille voor pijn lijden, en een bevalling zonder pijn is net zo'n waardige bevalling als een bevalling zonder verdoving.

Toch roept de ruggenprik ook veel vragen en soms angst op. Hoe wordt die naald in je rug gezet? Voel je helemaal niets meer? Kun je nog persen? Zijn er risico's voor je baby? In dit artikel beantwoorden we al deze vragen, zodat je goed geïnformeerd een beslissing kunt nemen. Lees ook ons overzichtsartikel over alle pijnbestrijdingsopties bij de bevalling.

Hoe wordt een ruggenprik gezet?

Ruggenprik epiduraal uitgelegd - Hoe wordt een ruggenprik gezet?
Hoe wordt een ruggenprik gezet?

Het zetten van een ruggenprik wordt gedaan door een anesthesioloog — een arts die gespecialiseerd is in verdoving. Zo gaat het in zijn werk:

Stap 1: Voorbereiding. Je zit op de rand van het bed met je rug naar de anesthesioloog, of je ligt op je zij in foetushouding. Je wordt gevraagd om je rug zo bol mogelijk te maken — als een boze kat — zodat de ruimtes tussen je wervels groter worden. Een verpleegkundige of je partner staat voor je om je te ondersteunen.

Stap 2: Desinfectie en lokale verdoving. Je onderrug wordt gedesinfecteerd en er wordt een lokale verdoving geprikt. Dit is een klein prikje dat voelt als een wespensteek — even au, maar dan is het voorbij. Dit verdooft de huid zodat je de grotere naald niet voelt.

Stap 3: De epiduraalnaald. De anesthesioloog brengt een holle naald in tussen twee wervels in je onderrug (meestal tussen L3 en L4 of L4 en L5). De naald gaat door de huid, het onderhuidse weefsel en het ligament naar de epidurale ruimte — een kleine ruimte rond het ruggenmerg. De meeste vrouwen voelen hier druk, maar geen scherpe pijn dankzij de lokale verdoving.

Stap 4: De katheter. Door de holle naald wordt een heel dun, flexibel slangetje (de katheter) geschoven. De naald wordt vervolgens verwijderd — alleen het slangetje blijft achter. Dit slangetje wordt met een pleister op je rug vastgeplakt en verbonden met een pompje dat het verdovende middel toedient.

Stap 5: Testdosis en instelling. Er wordt eerst een kleine testdosis gegeven om te controleren of de katheter op de juiste plek zit. Als alles goed is, wordt de volledige dosis gestart. Na 10 tot 20 minuten begin je het effect te voelen: de pijn van de weeën neemt af en je onderlichaam voelt warm en zwaar.

De hele procedure duurt ongeveer 10 tot 15 minuten. En ja, je krijgt weeën tijdens het plaatsen — de anesthesioloog wacht op een moment tussen twee weeën in om de naald in te brengen. Het is oncomfortabel, maar het is te doen. En als de verdoving eenmaal werkt, zijn al die minuten van ongemak al vergeten.

Wat voel je met een ruggenprik?

Ruggenprik epiduraal uitgelegd - Wat voel je met een ruggenprik?
Wat voel je met een ruggenprik?

De ervaring verschilt per vrouw, maar over het algemeen kun je het volgende verwachten:

De pijn verdwijnt grotendeels. De scherpe, intense pijn van de weeën wordt weggenomen. Je voelt de weeën vaak nog wel als een drukgevoel of een spanning in je buik, maar zonder de pijn. Sommige vrouwen beschrijven het als "ik voel dat er iets gebeurt, maar het doet geen pijn meer."

Je onderlichaam voelt zwaar en warm. Je benen kunnen zwaar en tintelig aanvoelen. Sommige vrouwen kunnen hun benen nog bewegen, andere niet — dat hangt af van de dosering. Bij de moderne "walking epidural" (lage dosis) kun je vaak nog je benen bewegen en soms zelfs staan, hoewel de meeste ziekenhuizen adviseren om in bed te blijven vanwege het valrisico.

Je kunt nog persen. Een veelgehoorde angst is dat je niet meer kunt persen met een ruggenprik. Dat is in de meeste gevallen niet waar. De verdoving blokkeert de pijnsignalen, maar niet de druksignalen. Je voelt de aandrang om te persen nog wel, zij het minder intens. Je verloskundige of gynaecoloog begeleidt je bij het persen en vertelt je wanneer je moet persen als je de aandrang niet goed voelt.

De dosering is instelbaar. Via het pompje kan de dosering worden aangepast. Als de verdoving te licht is en je nog te veel pijn hebt, kan er meer worden gegeven. Als de verdoving te zwaar is, kan de dosis worden verlaagd. Sommige ziekenhuizen gebruiken een PCEA-pomp (patient-controlled epidural analgesia), waarbij je zelf op een knopje kunt drukken voor een extra bolus als je meer pijnverlichting nodig hebt.

Wanneer kun je een ruggenprik krijgen?

Een ruggenprik kan in principe op elk moment tijdens de actieve fase van de bevalling worden gezet. Er zijn geen strikte regels over hoeveel centimeters ontsluiting je moet hebben, maar over het algemeen:

  • Te vroeg: als de bevalling nog in de latente fase zit (minder dan 3-4 cm ontsluiting), wordt soms geadviseerd om nog even te wachten, omdat een epiduraal in deze fase de bevalling kan vertragen
  • Ideaal moment: bij 4-6 cm ontsluiting, als de weeën goed op gang zijn
  • Laat in de bevalling: bij 8-10 cm ontsluiting kan een epiduraal technisch nog worden gezet, maar het effect kan beperkt zijn omdat de bevalling al bijna is afgelopen
  • De anesthesioloog moet beschikbaar zijn: het duurt even voordat de anesthesioloog er is en de ruggenprik is gezet — plan hier 20-30 minuten voor in

Een ruggenprik kan niet als je bloedstolling verstoord is (bijvoorbeeld door bloedverdunners), als je een infectie hebt op de plek waar de naald moet worden ingebracht, of bij bepaalde neurologische aandoeningen. Bespreek dit van tevoren met je gynaecoloog als je denkt dat een van deze situaties op jou van toepassing is.

Het is slim om van tevoren al aan te geven dat je een ruggenprik wilt — of dat je het open wilt houden als optie. Vermeld dit in je bevalplan, zodat het bevalteam weet wat je wensen zijn. Je kunt altijd van gedachten veranderen, zowel om alsnog een ruggenprik te vragen als om ervan af te zien.

Mogelijke bijwerkingen en risico's

Zoals bij elke medische interventie zijn er mogelijke bijwerkingen en risico's. Het is belangrijk om deze te kennen, maar ook om ze in perspectief te plaatsen — de meeste zijn mild en tijdelijk.

Veelvoorkomende bijwerkingen:

  • Bloeddrukdaling: de epidurale verdoving kan je bloeddruk laten dalen. Daarom krijg je een infuus met vocht en wordt je bloeddruk regelmatig gecontroleerd. Als je bloeddruk te veel daalt, kan medicatie worden gegeven om het te corrigeren
  • Jeuk: sommige vrouwen ervaren jeuk over het hele lichaam, veroorzaakt door de opioïden in het verdovingsmiddel. Dit is vervelend maar onschuldig en gaat vanzelf over
  • Rillingen: oncontroleerbaar trillen komt regelmatig voor, ook zonder epiduraal, maar kan verergeren door de verdoving
  • Misselijkheid: kan voorkomen als gevolg van de bloeddrukdaling
  • Moeite met plassen: je voelt je blaas minder goed, waardoor je moeite kunt hebben met plassen. Soms is een blaaskatheter nodig
  • Eenzijdige werking: soms werkt de verdoving beter aan de ene kant dan aan de andere. De anesthesioloog kan proberen dit aan te passen door de katheter iets te verleggen of de dosering te veranderen

Zeldzame bijwerkingen:

  • Postpunctionele hoofdpijn: als het harde hersenvlies per ongeluk wordt doorboord ("dura-perforatie"), kan dit leiden tot ernstige hoofdpijn die erger wordt bij staan en beter wordt bij liggen. Dit komt voor bij ongeveer 1 op de 100 epiduralen en kan behandeld worden
  • Tijdelijke zenuwbeschadiging: tintelingen of gevoelloosheid in een been die na de bevalling aanhouden. Dit is bijna altijd tijdelijk en verdwijnt binnen dagen tot weken
  • Infectie: zeer zeldzaam, maar een epiduraal abces of meningitis is mogelijk. Strikte hygiëne tijdens het plaatsen minimaliseert dit risico
  • Permanente zenuwschade: extreem zeldzaam (minder dan 1 op 100.000). Het risico is vergelijkbaar met dat van elke andere medische procedure

Effect op de bevalling: Een epiduraal kan de uitdrijvingsfase (het persen) verlengen. Sommige studies suggereren dat een epiduraal de kans op een kunstverlossing (vacuüm of tang) iets verhoogt. Het effect op de kans op een keizersnede is omstreden — recente studies laten geen significant verhoogd risico zien.

Effect op je baby: De verdovende middelen in een epiduraal bereiken je baby in zeer kleine hoeveelheden. Er is geen bewijs dat een epiduraal schadelijk is voor je baby. Baby's geboren na een epiduraal hebben over het algemeen dezelfde Apgar-scores als baby's geboren zonder verdoving.

De ruggenprik versus andere pijnbestrijding

De ruggenprik is niet de enige optie. Hier is een korte vergelijking met andere vormen van pijnbestrijding:

Ruggenprik versus lachgas (remifentanil). Remifentanil is een opiaat dat via een infuuspompje wordt toegediend. Het neemt de pijn niet volledig weg maar maakt de weeën draaglijker. Het voordeel is dat het sneller werkt en geen naald in je rug vereist. Het nadeel is dat het minder effectief is dan een epiduraal.

Ruggenprik versus TENS. TENS (transcutane elektrische neurostimulatie) is een niet-medicamenteus alternatief waarbij elektroden op je rug kleine stroomstootjes geven. Het kan helpen in de vroege fase van de bevalling maar is niet voldoende bij hevige weeën.

Ruggenprik versus waterbad. Een warm bad kan de pijn van weeën verlichten en ontspanning bieden. Het is een prettige, natuurlijke optie, maar biedt niet dezelfde pijnverlichting als een epiduraal. Je kunt niet in bad als je een ruggenprik hebt.

Er is geen verkeerde keuze. Sommige vrouwen willen per se een epiduraal, andere willen het juist vermijden. Beide zijn valide keuzes. Het belangrijkste is dat jij de regie houdt en dat je wensen worden gerespecteerd.

Bereid je goed voor op de bevalling door ook te lezen over het herkennen van weeën en het opstellen van een bevalplan. Hoe beter voorbereid je bent, hoe meer vertrouwen je hebt — ongeacht welke keuze je uiteindelijk maakt.

Let op: dit artikel is informatief van aard en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd je verloskundige of gynaecoloog bij vragen of klachten.

ruggenprik epiduraal pijnbestrijding bevalling verdoving bevalling bevalling

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen