Wat is de nageboorte?
Je baby is geboren, de eerste huilklanken vullen de kamer en je hart stroomt over van geluk. Maar de bevalling is nog niet helemaal voorbij. Na de geboorte van je baby volgt de nageboorte — de derde fase van de bevalling. In deze fase komt de placenta (moederkoek) los van de baarmoederwand en wordt deze, samen met de vliezen en restjes navelstreng, uitgedreven.
De nageboorte wordt vaak vergeten in het verhaal van de bevalling. Begrijpelijk: je aandacht gaat naar je pasgeboren baby op je borst. Maar de nageboorte is een belangrijk onderdeel van het bevalproces en verdient aandacht — niet in de laatste plaats omdat complicaties bij de nageboorte de meest voorkomende oorzaak zijn van ernstig bloedverlies na de bevalling.
In dit artikel nemen we je mee door alles wat er gebeurt na de geboorte van je baby: het afnavelen, het loskomen van de placenta, wat er met de placenta gebeurt en de bijzondere trends die er bestaan rondom dit orgaan. Want de placenta is pas de laatste jaren echt in de belangstelling gekomen — van het begraven in de tuin tot het laten inkapselen. Meer hierover later.
Eerst even terug naar de basis. Ken je de fasen van de bevalling al? De nageboorte is de derde en laatste fase, na de ontsluiting en de uitdrijving.
De placenta: een bijzonder orgaan

De placenta is het enige orgaan dat je lichaam speciaal voor de zwangerschap aanmaakt — en na de bevalling weer afstoot. Het is een schijfvormig orgaan, aan het einde van de zwangerschap ongeveer twintig centimeter in doorsnee en zo'n vijfhonderd gram zwaar. Het zit vast aan de binnenkant van je baarmoederwand en is via de navelstreng verbonden met je baby.
Wat doet de placenta allemaal? Eigenlijk is het een multifunctioneel orgaan dat je baby in leven houdt:
- Zuurstof en voedingsstoffen: de placenta filtert zuurstof en voedingsstoffen uit jouw bloed en geeft ze via de navelstreng door aan je baby. Andersom transporteert het afvalstoffen en kooldioxide van je baby terug naar jouw bloed, zodat jouw lichaam ze kan afvoeren.
- Hormonenproductie: de placenta produceert hormonen die de zwangerschap in stand houden, waaronder progesteron, oestrogeen en hCG (het hormoon dat een zwangerschapstest positief maakt).
- Bescherming: de placenta fungeert als een filter die schadelijke stoffen en de meeste bacteriën tegenhoudt. Helaas is het niet perfect — sommige virussen, medicijnen en schadelijke stoffen kunnen wel passeren.
- Immuunsysteem: de placenta geeft antistoffen van jou door aan je baby, waardoor je baby na de geboorte een tijdelijke bescherming heeft tegen ziektes waartegen jij immuun bent.
Het bijzondere is dat de placenta twee bloedsomlopen scheidt: jouw bloed en het bloed van je baby komen nooit rechtstreeks met elkaar in contact. De uitwisseling gebeurt via de dunne wanden van de vlokken (villi) in de placenta. Het is een ingenieus systeem waar de medische wetenschap nog steeds niet alle geheimen van heeft ontrafeld.
Het afnavelen: wanneer en hoe?
Direct na de geboorte is je baby nog verbonden met de placenta via de navelstreng. De navelstreng is een stevige, kronkelige streng van ongeveer vijftig tot zestig centimeter lang, met twee slagaders en een ader, omhuld door een geleiachtige substantie (Wharton's jelly). Via de navelstreng stroomt nog steeds bloed van de placenta naar je baby.
Er zijn twee benaderingen voor het afnavelen:
Uitgesteld afnavelen (delayed cord clamping). Steeds meer ziekenhuizen en verloskundigen passen uitgesteld afnavelen toe. Dit betekent dat de navelstreng pas wordt afgenaveld als hij is uitgeknepen — wanneer er geen bloed meer doorheen stroomt. Dit duurt meestal één tot drie minuten na de geboorte, soms langer.
Het voordeel van uitgesteld afnavelen is wetenschappelijk goed onderbouwd: je baby krijgt extra bloed (tot honderd milliliter) dat rijk is aan ijzer, stamcellen en rode bloedcellen. Dit verlaagt het risico op bloedarmoede in de eerste levensmaanden en vergroot de ijzervoorraad van je baby. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt uitgesteld afnavelen aan als standaardpraktijk.
Je herkent het moment dat de navelstreng is uitgeknepen: hij verandert van dik, blauwpaars en pulserend naar dun, wit en slap. Je verloskundige controleert dit.
Direct afnavelen. Soms is direct afnavelen nodig, bijvoorbeeld als je baby onmiddellijke medische zorg nodig heeft of als er problemen zijn met de navelstreng. In noodsituaties gaat de gezondheid van je baby altijd voor.
Het afnavelen zelf is pijnloos — de navelstreng heeft geen zenuwen. Je partner of jijzelf mag de navelstreng doorknippen als jullie dat willen. De verloskundige plaatst twee klemmen op de navelstreng en je knipt ertussenin. Het voelt als het doorknippen van stevig kraakbeen. Neem dit op in je bevalplan als je het belangrijk vindt.
De derde fase: het uitdrijven van de placenta
Na het afnavelen moet de placenta nog geboren worden. Dit kan op twee manieren:
Actief management (met medicatie). Direct na de geboorte van je baby krijg je een injectie met oxytocine in je bovenbeen. Dit bevordert het samentrekken van de baarmoeder, waardoor de placenta loslaat en het bloedverlies beperkt blijft. De verloskundige helpt de placenta naar buiten door gecontroleerd aan de navelstreng te trekken (controlled cord traction) terwijl zij met haar andere hand je baarmoeder ondersteunt via je buik.
Dit is in Nederland de standaardpraktijk, omdat onderzoek aantoont dat actief management het risico op ernstig bloedverlies (postpartum hemorrhagie) aanzienlijk vermindert. De meeste vrouwen merken weinig van deze fase — de aandacht gaat naar de baby.
Fysiologisch (afwachtend, zonder medicatie). Bij een fysiologische derde fase wordt gewacht tot de placenta vanzelf loslaat, zonder medicatie of tractie. Dit kan vijftien tot dertig minuten duren, soms langer. Het voordeel is dat het een natuurlijker proces is; het nadeel is een iets hoger risico op bloedverlies.
Sommige vrouwen kiezen bewust voor een fysiologische nageboorte, vaak in combinatie met een waterbevalling of thuisbevalling. Bespreek je voorkeur met je verloskundige — niet elke situatie leent zich voor een afwachtend beleid.
Het uitdrijven van de placenta voelt als een paar milde weeën en een glibberig gevoel. Het is veel minder intensief dan de geboorte van je baby. Sommige vrouwen merken het nauwelijks; anderen beschrijven het als een opluchting — "het echt klaar"-gevoel.
Controle van de placenta
Na de geboorte van de placenta wordt deze zorgvuldig gecontroleerd door je verloskundige. Dit is een belangrijk moment, want als er stukjes placenta in je baarmoeder achterblijven (een zogenaamde placenta-rest), kan dit leiden tot aanhoudend bloedverlies en infectie.
De verloskundige bekijkt:
- De moederlijke kant: deze ziet er rauw, roodbruin en lobgestructureerd uit. De verloskundige controleert of alle lobben intact zijn en of er geen stukken ontbreken.
- De foetale kant: deze is glad, glanzend en bedekt met de vliezen. De navelstreng is hieraan bevestigd. De verloskundige controleert de vliezen op volledigheid.
- De navelstreng: het aantal bloedvaten wordt geteld (normaal: twee slagaders en een ader).
Als er twijfel is over de volledigheid van de placenta, kan een echo worden gemaakt. Als er resten zijn achtergebleven, moeten deze worden verwijderd — soms gaat dit met medicatie, soms met een ingreep onder narcose (manuele placentaverwijdering).
Een interessant feitje: veel verloskundigen vinden de placenta een fascinerend orgaan. Als je nieuwsgierig bent, vraag dan of je hem mag zien. De verloskundige kan je de verschillende delen laten zien en uitleggen — het is tenslotte het orgaan dat negen maanden voor je baby heeft gezorgd.
Complicaties bij de nageboorte
In de meeste gevallen verloopt de nageboorte zonder problemen, maar er zijn complicaties mogelijk:
Vastgehouden placenta (retentio placentae). Als de placenta niet binnen dertig tot zestig minuten na de geboorte is geboren, spreekt men van een vastgehouden placenta. Dit komt bij twee tot drie procent van de bevallingen voor. Soms helpt het om je baby aan te leggen (borstvoeding stimuleert oxytocine), te plassen (een volle blaas kan de placenta blokkeren) of van houding te veranderen. Als de placenta niet loslaat, moet deze handmatig worden verwijderd onder regionale of algehele anesthesie.
Fluxus (postpartum hemorrhagie). Ernstig bloedverlies na de bevalling — meer dan vijfhonderd milliliter bij een vaginale bevalling — komt bij vijf tot acht procent van de bevallingen voor. De meest voorkomende oorzaak is dat de baarmoeder niet goed samentrekt na de geboorte (uterus atonie). Behandeling bestaat uit medicatie (oxytocine, misoprostol), baarmoedermassage en in ernstige gevallen een operatieve ingreep.
Placenta-rest. Als een stukje placenta achterblijft in de baarmoeder, kan dit leiden tot aanhoudend bloedverlies en infectie, soms pas dagen of weken na de bevalling. Symptomen zijn aanhoudend bloedverlies, koorts en een vieze geur. Behandeling is het verwijderen van de rest, meestal door middel van een curettage.
Je kraamverzorgende houdt in de dagen na de bevalling je bloedverlies in de gaten. Als het bloedverlies toeneemt, anders ruikt of als je koorts krijgt, neem dan contact op met je verloskundige.
Wat gebeurt er met de placenta na de bevalling?

In Nederland wordt de placenta na controle doorgaans afgevoerd als medisch afval. Maar er zijn ook andere opties — sommige traditioneel, andere meer trendy:
Begraven in de tuin. In veel culturen wereldwijd is het begraven van de placenta een eeuwenoude traditie. De placenta wordt onder een boom of plant begraven als symbool voor de verbinding tussen het kind en de aarde. In Nederland doen steeds meer ouders dit — een mooi ritueel als je er waarde aan hecht. De placenta is rijk aan voedingsstoffen en is prima als bemesting.
Inkapselen (placenta-capsules). Een trend die uit de Verenigde Staten is overgewaaid: de placenta wordt gestoomd, gedroogd, gemalen en in capsules gedaan. Voorstanders claimen dat het helpt tegen postpartum depressie, de melkproductie stimuleert en het energieniveau verhoogt. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs voor deze claims. Sterker nog: het kan risico's met zich meebrengen — er zijn gevallen beschreven van bacteriële infectie bij de baby doordat de moeder besmette placenta-capsules innam. De meeste medische instanties raden het af.
Lotusgeboorte. Bij een lotusgeboorte wordt de navelstreng niet doorgeknipt. De baby blijft verbonden met de placenta totdat de navelstreng op natuurlijke wijze loslaat, wat drie tot tien dagen kan duren. De placenta wordt in een doek gewikkeld en met zout en kruiden geconserveerd. Dit is een spirituele keuze zonder medisch voordeel. Er is een risico op infectie doordat de placenta na de geboorte afstervend weefsel is.
Kunst of aandenken. Sommige ouders laten een afdruk maken van de placenta — een zogenaamde "tree of life" print. De placenta wordt op papier gedrukt, waarbij de structuur van de bloedvaten een boomachtig patroon vormt. Het is een uniek en mooi aandenken. Anderen laten de navelstreng drogen in de vorm van een hartje of een letter.
Meenemen naar huis. Je hebt het recht om je placenta mee naar huis te nemen. Als je dit wilt, geef dit dan van tevoren aan bij je verloskundige of in het ziekenhuis. Neem een afsluitbare container mee. De placenta moet gekoeld bewaard worden als je hem niet direct begraaft of laat verwerken.
Wat je ook besluit: het is jouw placenta en jouw keuze. Er is geen goed of fout. Sommige ouders vinden het een waardevol ritueel, anderen willen er na de geboorte niets meer mee te maken hebben. Beide zijn prima.
En zo komt de bevalling tot een einde. De drie fasen zijn voltooid: de ontsluiting, de uitdrijving en de nageboorte. Lees ook over het herkennen van weeën en de rol van je partner bij dit hele proces. Want de bevalling is een teameffort, van de eerste wee tot de laatste nageboorte-wee.
Let op: dit artikel is informatief van aard en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd je verloskundige of gynaecoloog bij vragen over de bevalling.
Veelgestelde Vragen
Bij actief management (met oxytocine-injectie) duurt de nageboorte meestal 5 tot 15 minuten. Bij een fysiologische (afwachtende) nageboorte kan het 15 tot 30 minuten duren. Als de placenta na 30-60 minuten niet is geboren, spreekt men van een vastgehouden placenta.
De nageboorte voelt als een paar milde weeën en een glibberig gevoel. Het is veel minder intensief dan de geboorte van je baby. Veel vrouwen merken het nauwelijks omdat hun aandacht bij de pasgeboren baby is.
Bij uitgesteld afnavelen (delayed cord clamping) wordt de navelstreng pas afgeklemd als deze is uitgeknepen — meestal 1-3 minuten na de geboorte. Je baby krijgt zo extra bloed met ijzer en stamcellen. De WHO beveelt dit aan als standaard.
Ja, je hebt het recht om je placenta mee te nemen. Geef dit van tevoren aan bij je verloskundige of in het ziekenhuis. Neem een afsluitbare container mee. Je kunt de placenta begraven, laten afdrukken of op een andere manier bewaren.