Flesvoeding: geen tweede keus maar een bewuste keuze
Laten we daar even mee beginnen, want het is belangrijk. Als je kiest voor flesvoeding — om welke reden dan ook — is dat een prima keuze. Misschien lukt borstvoeding niet, misschien wil je het niet, misschien is er een medische reden of misschien wil je de voeding delen met je partner. Wat je reden ook is: je hoeft je er niet voor te verantwoorden. Moderne kunstvoeding is zorgvuldig samengesteld en voldoet aan strenge Europese normen. Je baby krijgt alle voedingsstoffen die nodig zijn om gezond te groeien.
Waar je je wél druk over mag maken, is de vraag: welke flesvoeding kies je? Want als je voor het zuigelingenvoedingschap staat in de supermarkt of drogisterij, word je bedolven onder merken, types, nummers en beloftes. Het kan overweldigend zijn. In dit artikel zetten we alle soorten overzichtelijk op een rij, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken.
De basissoorten flesvoeding

Alle kunstvoeding die in Nederland verkocht wordt, moet voldoen aan strenge Europese wetgeving. Of je nu het duurste merk of het huismerk van de supermarkt koopt: de basissamenstelling is nagenoeg gelijk. De voedingsstoffen, vitaminen en mineralen zijn wettelijk vastgelegd. Waar merken wel in kunnen verschillen, is in de toevoeging van extra ingrediënten zoals prebiotica, probiotica of specifieke vetzuren.
Er zijn drie basissoorten kunstvoeding:
1. Zuigelingenvoeding (startvoeding, nummer 1). Dit is de voeding voor baby's vanaf de geboorte tot 6 maanden. Het is de standaardvoeding waar je mee begint en die je in principe kunt blijven geven tot je baby 1 jaar is. Zuigelingenvoeding is qua samenstelling het dichtst bij moedermelk en bevat alle voedingsstoffen die je baby nodig heeft.
2. Opvolgmelk (nummer 2). Dit is bedoeld voor baby's vanaf 6 maanden, wanneer je baby begint met bijvoeding. Opvolgmelk bevat iets meer ijzer en eiwit dan startvoeding. Het is echter niet verplicht om over te stappen — je mag ook gewoon doorgaan met startvoeding. De WHO adviseert zelfs om startvoeding te blijven geven tot 1 jaar, omdat opvolgmelk eigenlijk niet noodzakelijk is als je baby gevarieerde bijvoeding eet.
3. Dreumesmelk (nummer 3). Bedoeld voor kinderen vanaf 1 jaar. Dit is eigenlijk geen zuigelingenvoeding meer maar een melkdrank. De meeste kinderartsorganisaties en het Voedingscentrum adviseren om vanaf 1 jaar over te stappen op gewone volle koemelk. Dreumesmelk is niet nodig als je kind gevarieerd eet.
De nummering (1, 2, 3) is puur marketingtechnisch en wettelijk niet verplicht. De belangrijkste keuze die je maakt, is de startvoeding — daar begint alles mee.
Speciale soorten flesvoeding
Naast de standaardvoeding zijn er speciale varianten voor baby's met specifieke behoeften. Het is belangrijk om deze niet op eigen houtje te geven, maar altijd in overleg met je huisarts, kinderarts of consultatiebureau.
Anti-refluxvoeding (AR). Deze voeding is iets dikker dan standaardvoeding, waardoor het minder makkelijk terugkomt uit de maag. Het is bedoeld voor baby's die veel spugen — niet het normale spuugje na de voeding, maar echt overmatig spugen waardoor je baby niet goed aankomt in gewicht. AR-voeding is verdikt met johannesbroodpitmeel of rijstzetmeel. Let op: gebruik een speen met een grotere opening, want de dikkere melk stroomt minder makkelijk.
Hypoallergene voeding (HA). Bij hypoallergene voeding zijn de koemelkeiwitten gedeeltelijk afgebroken (gehydrolyseerd), waardoor ze minder allergische reacties veroorzaken. HA-voeding wordt soms aanbevolen voor baby's met een verhoogd risico op allergie — bijvoorbeeld als beide ouders allergisch zijn. Let op: HA-voeding is bedoeld ter preventie, niet als behandeling van een vastgestelde koemelkallergie.
Dieetvoeding bij koemelkallergie. Als je baby een bewezen koemelkallergie heeft (vastgesteld door een arts), heeft je baby voeding nodig waarbij de eiwitten volledig zijn afgebroken (extensief gehydrolyseerd) of op basis van aminozuren. Deze voeding is uitsluitend verkrijgbaar op recept en wordt vergoed door de zorgverzekering. Geef nooit op eigen initiatief soja- of geitenmelkvoeding als alternatief — veel baby's met een koemelkallergie reageren hier ook op.
Voeding bij spugen en krampen (comfort). Comfort-voeding bevat gedeeltelijk gehydrolyseerde eiwitten en minder lactose. Het is bedoeld voor baby's die veel last hebben van krampjes, harde buikjes en onrust tijdens de voeding. De eiwitten zijn makkelijker te verteren, waardoor de spijsvertering minder belast wordt. Dit is geen medische voeding en is vrij verkrijgbaar, maar overleg altijd met het consultatiebureau voordat je overstapt.
Lactosevrije voeding. Bedoeld voor baby's met een (tijdelijke) lactose-intolerantie, bijvoorbeeld na een darminfectie. Echte aangeboren lactose-intolerantie is bij baby's extreem zeldzaam. Stap niet zomaar over op lactosevrije voeding zonder advies van een arts.
Sojavoeding. Op basis van soja-eiwit in plaats van koemelkeiwit. Wordt in Nederland niet aanbevolen voor baby's jonger dan 6 maanden vanwege de aanwezigheid van fytro-oestrogenen. Alleen op advies van een arts gebruiken.
Geitenmelkvoeding. Op basis van geitenmelkeiwit. Dit is geen alternatief bij koemelkallergie — de eiwitstructuur van geitenmelk lijkt te veel op die van koemelk. Het kan wel een optie zijn als je om andere redenen geen koemelkvoeding wilt geven, maar overleg dit met een professional.
Waar let je op bij het kiezen?
Met zoveel opties kan de keuze overweldigend voelen. Hier zijn de belangrijkste punten waar je op kunt letten:
Begin met standaard startvoeding. Tenzij je arts anders adviseert, begin je met een gewone zuigelingenvoeding (nummer 1). De meeste baby's doen het hier prima op. Stap niet onnodig over op een speciale variant — dit kan voor meer onrust zorgen in het spijsverteringsstelsel van je baby.
Prijs zegt weinig over kwaliteit. De basissamenstelling van alle kunstvoeding is wettelijk vastgelegd. Het duurste merk is niet per definitie beter dan het huismerk. Waar je meer voor betaalt, zijn vaak extra toevoegingen zoals prebiotica (HMO's, GOS/FOS), DHA/ARA vetzuren of probiotica. Of die toevoegingen een significant verschil maken, is wetenschappelijk niet eenduidig bewezen.
Kijk naar de ingrediëntenlijst. Sommige ouders willen voeding zonder palmolie (vanwege de vettering en ontlasting), met prebiotica (voor de darmen) of met specifieke vetzuren (DHA voor de hersenontwikkeling). Dit zijn persoonlijke voorkeuren — alle opties zijn veilig en voedzaam.
Let op de reactie van je baby. De belangrijkste graadmeter is hoe je baby reageert op de voeding. Drinkt je baby met plezier? Heeft je baby geen last van overmatig spugen, hevige krampen of huiduitslag? Groeit je baby goed? Dan zit je goed.
Wissel niet te snel. Geef een nieuwe voeding minimaal een tot twee weken de tijd voordat je oordeelt. Het spijsverteringsstelsel van je baby moet wennen aan een nieuwe samenstelling. Constant wisselen van merk of type kan juist voor meer klachten zorgen.
Flesvoeding klaarmaken: de basisregels

Het bereiden van flesvoeding lijkt simpel — en dat is het ook, mits je je aan de regels houdt. Onjuiste bereiding kan leiden tot een voeding die te dun of te dik is, en dat kan gevaarlijk zijn voor je baby.
Stap 1: Was je handen grondig met zeep en water.
Stap 2: Kook vers kraanwater en laat het afkoelen tot circa 70 graden Celsius. Dit doodt eventuele bacteriën in het poeder. Gebruik geen water dat langer dan 30 minuten is afgekoeld — dan is het te koud om bacteriën te doden.
Stap 3: Giet de juiste hoeveelheid water in de fles. Gebruik altijd de maataanduiding op de fles.
Stap 4: Voeg het juiste aantal afgestreken maatscheppen poeder toe. Gebruik altijd het maatschepje dat bij het blik zit en strijk het af met een mes — niet aandrukken, niet "bergjes" scheppen. De verhouding water-poeder is cruciaal.
Stap 5: Doe de speen en het dekseltje op de fles en schud goed om klontjes op te lossen.
Stap 6: Koel de voeding af tot lichaamstemperatuur (37°C) door de fles onder koud stromend water te houden. Test de temperatuur op de binnenkant van je pols — het moet aangenaam warm voelen.
Belangrijk:
- Maak de voeding vlak voor de voeding klaar, niet uren van tevoren. Als je onderweg bent of 's nachts snel wilt handelen, kun je een thermosfles met warm water meenemen en het poeder los bewaren
- Gooi overgebleven voeding weg na 1 uur — bacteriën vermenigvuldigen zich snel in warme melk
- Verwarm geen voeding in de magnetron — dit kan hete plekken veroorzaken
- Gebruik geen mineraalwater of gefilterd water — gewoon kraanwater is in Nederland prima en bevat geen schadelijke stoffen
De juiste speen en fles
Naast de voeding zelf zijn de fles en speen belangrijke keuzes. Er zijn flessen in allerlei maten en materialen (glas of kunststof) en spenen in verschillende vormen en doorstroomsnelheden.
Speenvorm. Er zijn ronde spenen, brede spenen en anatomische (platte) spenen. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de ene vorm beter is dan de andere. Je baby bepaalt uiteindelijk welke speen bevalt — probeer eventueel een paar verschillende vormen als je baby de eerste niet accepteert.
Doorstroomsnelheid. Spenen zijn er in verschillende maten die de doorstroomsnelheid bepalen:
- Maat 1 (langzaam): voor pasgeborenen tot circa 3 maanden
- Maat 2 (medium): voor baby's van 3 tot 6 maanden
- Maat 3 (snel): voor baby's vanaf 6 maanden
Als je baby te snel drinkt, zich verslikt of veel melk langs de mond lekt, is de speen te snel. Als je baby erg hard moet zuigen, lang over de voeding doet of gefrustreerd raakt, is de speen te langzaam. Let op het drinkgedrag van je baby en pas de speenmaat aan wanneer nodig.
Als je borstvoeding en flesvoeding combineert, wordt vaak een speen met een brede basis en langzame doorstroomsnelheid aangeraden. Dit zorgt ervoor dat je baby moeite moet doen om te drinken, vergelijkbaar met het drinken aan de borst, en verkleint de kans op tepelverwarring.
Flesvoeding en hechting
Een veelgehoord bezwaar tegen flesvoeding is dat je "de band mist" die borstvoeding zou geven. Maar hechting ontstaat niet door een borst — hechting ontstaat door nabijheid, oogcontact, aanraking en responsiviteit. Je kunt net zo goed een warme, liefdevolle band opbouwen tijdens het geven van een flesje.
Tips voor hechting tijdens de flesvoeding:
- Houd je baby dicht tegen je aan, in een halfzittende positie
- Maak oogcontact en praat of zing zachtjes tegen je baby
- Geef de fles "responsief" — dat betekent dat je reageert op de signalen van je baby. Laat je baby het tempo bepalen, neem pauzes en dwing de fles nooit leeg
- Wissel af welke arm je gebruikt, zodat je baby beide kanten van je gezicht ziet
- Laat niet te veel verschillende mensen de fles geven in de eerste weken — je baby heeft de vertrouwdheid van jou en je partner nodig
Flesvoeding biedt ook een uniek voordeel: je partner, opa, oma of andere verzorgers kunnen meehelpen met de voedingen. Dit verdeelt de zorg, geeft jou rust en biedt anderen de kans om een band op te bouwen met je baby. En laten we eerlijk zijn: die nachtvoeding delen met je partner is goud waard in die eerste uitputtende maanden.
Welke keuze je ook maakt — borstvoeding, flesvoeding of een combinatie — het gaat erom dat je baby gevoed wordt, dat je baby groeit en dat jij je goed voelt bij die keuze. Er is geen perfecte manier, er is alleen jouw manier. En die is goed genoeg.
Lees ook onze artikelen over borstvoeding in de eerste dagen en melkproductie verhogen als je twijfelt of meer wilt weten over je opties.
Let op: dit artikel is informatief van aard en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg altijd je huisarts, kinderarts of het consultatiebureau bij vragen over de voeding van je baby.
Veelgestelde Vragen
Alle kunstvoeding in Nederland moet voldoen aan strenge Europese normen, dus de basissamenstelling is nagenoeg gelijk. Begin met een standaard startvoeding (nummer 1) en kijk hoe je baby reageert. Prijs zegt weinig over kwaliteit — het huismerk is even voedzaam als het duurste merk.
Nee, dat hoeft niet. Je mag doorgaan met startvoeding tot je baby 1 jaar is. De WHO adviseert zelfs om geen opvolgmelk te gebruiken. Opvolgmelk bevat iets meer ijzer en eiwit, maar als je baby gevarieerde bijvoeding eet, is startvoeding voldoende.
Maak flesvoeding het liefst vlak voor de voeding klaar. Een klaargemaakte fles die je baby al uit heeft gedronken, moet na 1 uur worden weggegooid. Een nog niet aangebroken fles kun je maximaal 2 uur op kamertemperatuur bewaren of maximaal 24 uur in de koelkast.
Veel spugen komt vaak voor bij jonge baby's en is meestal onschuldig. Probeer kleinere hoeveelheden te geven, laat je baby tussendoor pauzes nemen, houd je baby rechtop na de voeding en gebruik een langzamere speen. Als je baby niet goed aankomt of erg onrustig is, bespreek het met je arts — mogelijk is anti-refluxvoeding (AR) een optie.